"Mama, ik vind het niet eerlijk" begint Jenthe.
Ik vraag wat ze niet eerlijk vindt. "Dat ik hersenschade heb", zegt ze. Auw, dat doet pijn aan mijn moederhart! "Nee lieverd, ik snap dat je dat voelt".
Ik voel dat ook, maar spreek het niet uit. Ze begint haar relaas over wat anderen wel kunnen en zij niet. Dat ze ook op verjaardagen wil en samen wil spelen met de andere kinderen. Gister was haar nichtje jarig en we liepen langs toen een aantal kinderen naar de speeltuin gingen. Ze kijkt ze na, hoort ze lachen en draait zich om. Ze loopt samen met mij een andere kant uit. Ik voel haar pijn op dat moment al, maar ze spreekt zich dan niet uit, dus ik laat het.
Nu komt het onderwerp toch ter sprake. Ze heeft er blijkbaar over nagedacht. En de conclusie is dat het oneerlijk is. Zij kunnen wel, en ik kan het niet. Ik begrijp haar. Ik zie het ook. En niet te vergeten, ik voel het ook. Al wil ik hier het liefst zo snel mogelijk vandaan. Het voelt te groot, te pijnlijk.
Ik luister naar haar, met een knoop in mijn maag. Uiteindelijk probeert ze haar eigen pijn te verzachten door te zeggen dat ze gelukkig geen verplichtingen heeft met al die verjaardagen. Ik zie haar even denken. Om vervolgens te zeggen dat ze evengoed wel op verjaardag zou willen als het kon. Ik dwaal in gedachten af naar het feit dat de meeste mensen een keuze hebben of ze wel of niet gaan, maar dat het voor haar bij voorbaat als een nee is, omdat ze weet wat de gevolgen zijn.
Het raakt mij elke keer weer. Hoe vaak ik het ook heb gehoord, het blijft moeilijk om te horen en te zien. Ze voelt zich eenzaam, anders, minder, beperkt. Ik zou zo graag willen dat ze "gewoon" mee kon doen met haar leeftijdsgenoten. Gewoon samen spelen, lachen, praten, afspreken. Wie weet, als ze ouder is?! Ik blijf duimen draaien!
Liefs Marijke
Reactie plaatsen
Reacties